4.3 Overdracht en licentie
Op basis van het auteursrecht mag een maker aan anderen toestemming geven om zijn werk te gebruiken. Normaal gesproken gebeurt dit met een licentie (ook wel gebruiksrecht genoemd). In opdrachtsituaties is zo’n licentie vaak een vanzelfsprekendheid; de opdrachtgever moet het werk immers kunnen gebruiken. Als een vormgever een affiche ontwerpt voor een schouwburg, dan mag de schouwburg het affiche na betaling natuurlijk wel in de stad verspreiden. In dit soort situaties wordt gekeken naar het doel en de bestemming van de opdracht. Aan een licentie kunnen allerlei voorwaarden verbonden worden. Vaak wordt een vergoeding voor de maker overeengekomen. Licenties kunnen mondeling worden afgesproken, maar het verdient aanbeveling om die afspraak op schrift te zetten.
Een veel verder gaande manier om anderen in de gelegenheid te stellen een bepaald werk te gebruiken, is de overdracht van het auteursrecht. In dat geval is de maker zijn auteursrecht kwijt en kan de andere partij op basis van het verworven auteursrecht bepalen wat er verder met het werk gebeurt. Een overdracht kan alleen schriftelijk. De consequenties van een overdracht zijn groot, de maker heeft in dat geval weinig meer over zijn eigen werk te zeggen. Alleen de persoonlijkheidsrechten blijven dan nog bij de maker.