1.1 Bij wie ligt het auteursrecht?
Eén maker
De auteursrechtelijke regeling voor autonoom tot stand gekomen werk is vrij simpel. Het auteursrecht komt toe aan de maker. Met de maker wordt de bedenker bedoeld, degene die een idee tot een tastbaar ontwerp heeft uitgewerkt. Met de maker bedoelen we niet de uitvoerder. Dus als je als beeldhouwer werkt met assistenten of als een bepaalde toeleverancier een bijdrage heeft geleverd, dan is degene die het werk heeft bedacht de maker in de zin van deAuteurswet; het auteursrecht ligt dan bij de bedenker.
Meer makers
Zijn er meer makers, dan wordt het auteursrecht gedeeld. Bij een boek met illustraties kunnen de rechten worden opgesplitst: de rechten op de illustraties liggen bij de illustrator en die op de tekst bij de schrijver. Het boek kan alleen met de gezamenlijke toestemming van beide makers worden uitgegeven. Maar de makers kunnen hun afzonderlijke bijdragen vaak onafhankelijk van de ander exploiteren. Zo zie je de afbeeldingen van Jip en Janneke onafhankelijk van de tekst terugkomen op artikelen van de HEMA. Als het werk één onafscheidelijk geheel vormt, liggen de rechten bij de makers gezamenlijk. In de modeontwerpen van Victor & Rolf is bijvoorbeeld niet meer duidelijk wie wat heeft gecreëerd. In dat geval kunnen de makers echt alleen met toestemming van beiden het werk exploiteren. Wel kunnen de afzonderlijke makers zonder medewerking van de ander optreden tegen inbreuken. Gedeeld auteursrecht komt ook voor bij erfgenamen. Indien iemand is overleden gaat het auteursrecht over op de erfgenamen. Zijn dat meer personen, dan ligt het auteursrecht bij al deze mensen.